Minderjarigen kunnen in Nederland nog altijd te makkelijk alcohol kopen. Steeds meer gemeenten zetten daarom testkopers in: jongeren die onder begeleiding een aankooppoging doen. Dat werkt, maar alleen als de inzet juridisch klopt. Een boete die in bezwaar sneuvelt, kost de gemeente geld en draagvlak bij ondernemers. Alcoholwet-inspecteur Marco Ooms zet op een rij waar de grenzen liggen.
De wettelijke basis
Het uitgangspunt staat in artikel 20, eerste lid, van de Alcoholwet: het is verboden alcohol te verstrekken aan iemand van wie niet is vastgesteld dat hij of zij 18 jaar is. Die vaststelling gebeurt met een identiteitsbewijs, tenzij iemand onmiskenbaar ouder is. Een verkoper die een 17-jarige niet naar een ID vraagt, overtreedt dus de wet, ook als de jongere er ouder uitziet.
Voor de testkoper zelf is artikel 45 van belang. Minderjarigen mogen op voor publiek toegankelijke plaatsen geen alcohol bij zich hebben. Het tweede lid, onder b, maakt daarop een uitzondering voor jongeren van 16 of 17 jaar die handelen in opdracht van een toezichthouder als bedoeld in artikel 41. Dat is in een gemeente een ambtenaar die door de burgemeester is aangewezen. Met die uitzondering heeft de wetgever de inzet van minderjarige testkopers bij toezicht uitdrukkelijk mogelijk gemaakt.
Daaruit volgt meteen de belangrijkste voorwaarde: bij toezicht handelt de testkoper altijd in opdracht van een aangewezen toezichthouder. Zonder die toezichthouder valt de testkoper niet onder de uitzondering.
Wat de Raad van State zegt
Op 23 januari 2019 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een zaak over een voetbalvereniging die een boete kreeg na een aankooppoging door een testkoper (ECLI:NL:RVS:2019:195). De vereniging vond de inzet van testkopers disproportioneel. De Afdeling oordeelde dat een burgemeester testkopers mag inzetten, mits aan drie voorwaarden is voldaan:
- Proportionaliteit. Het middel moet in verhouding staan tot het doel. Het belang van het tegengaan van alcoholgebruik door minderjarigen weegt daarbij zwaar.
- Subsidiariteit. Een lichter middel moet niet volstaan. Dat is goed te onderbouwen: toezichthouders worden snel herkend en kunnen zelf niet testen of een verkoper om een ID vraagt.
- Geen ontoelaatbare uitlokking. De testkoper mag de verkoper niet tot iets brengen wat die niet al van plan was.
Vijf voorwaarden voor een houdbare inzet
In de praktijk komt het neer op vijf punten. Wie die op orde heeft, staat sterk als een ondernemer bezwaar maakt.
- Een aangewezen toezichthouder. De aanwijzing door de burgemeester is gepubliceerd in het gemeenteblad. De toezichthouder is bij elke aankooppoging aanwezig en ziet de verkoop zelf.
- Een vastgelegd werkproces. Leg vooraf vast hoe testkopers worden geselecteerd, welke instructies zij krijgen en bij welke verkooppunten ze worden ingezet. Meerdere gemeenten publiceren zo’n werkproces openbaar, wat de uitlegbaarheid richting ondernemers vergroot.
- Geen uitlokking. Eén aankooppoging per bezoek, een gewone bestelling en een weigering wordt geaccepteerd. De testkoper dringt niet aan en probeert het niet via een ander.
- Bescherming van de testkoper. Schriftelijke toestemming van een ouder of verzorger, altijd begeleiding door een volwassene, nooit zelf drinken en zorgvuldige omgang met de anonimiteit van de jongere.
- Sluitende vastlegging. Elke poging wordt direct vastgelegd: tijdstip, verkooppunt, wat er is besteld en of er om een ID is gevraagd. Het verslag van de toezichthouder is de basis voor een eventuele sanctie.
Onderzoek of toezicht: kies vooraf
Het gaat het vaakst mis waar onderzoek en toezicht door elkaar lopen. Een nalevingsonderzoek geeft een eerlijk beeld van de naleving in uw gemeente, zonder sancties. Veel gemeenten laten verkooppunten vooraf weten dat uitkomsten uit zo’n beeldvormend onderzoek niet worden gebruikt voor handhaving. Dat draagvlak verspeelt u als u er achteraf toch boetes aan koppelt.
Wilt u handhaven, dan is het een toezichtsactie: met aangewezen toezichthouder, werkproces en vastlegging zoals hierboven. Handhaving met testkopers is dus een andere dienst dan onderzoek, met andere eisen. Een goede aanpak combineert ze wel: eerst meten, dan samen verbeteren, en gericht handhaven bij wie niet meebeweegt.
Hoe RCK dit aanpakt
RCK werkt met testkopers van 16 en 17 jaar, altijd onder begeleiding van een ervaren auditor en met schriftelijke toestemming van ouders. Met een eigen Alcoholwet-inspecteur kennen wij zowel de praktijk van het onderzoek als de eisen die toezicht stelt. Elke aankooppoging wordt direct digitaal vastgelegd, zodat uw toezichthouder een feitelijk verslag heeft dat standhoudt.
Twijfelt u of uw huidige werkwijze juridisch stevig genoeg is? Plan een kosteloos adviesgesprek. In 30 minuten lopen we uw aanpak na.
Bronnen: Alcoholwet, artikelen 20, 41 en 45 (wetten.overheid.nl, geraadpleegd 21 september 2026); Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:195.